Beleid dat wetgeving en verdragen schendt is het helemaal

orwellOf het nu gaat over de decentralisaties van zorgtaken naar de gemeenten, de toezicht op kosten door de zorgverzekeraars, het bepalen van de rechtmatigheid van uitkeringen, of om arbeidsparticipatie, beleid dat wordt uitgewerkt kenmerkt zich door het terzijde schuiven van fundamentele mensenrechten zoals vastgelegd in de wet en in het Europese verdrag voor de rechten van de mens dat ook door Nederland ondertekend is. Opvallend is dat beleidsmakers in het beste geval zich niet of nauwelijks informeren over de wetgeving, in het slechtste geval maakt men beleid vanuit het uitgangspunt dat de overgrote meerderheid van de burgers toch niet naar de rechter stapt, dus neemt men deze weglek kosten voor lief.

Inbreuk op privacy
Artikel 8, eerste lid, van het EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. In lid 2 worden uitzonderingen aangegeven.
Tweede lid: Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Met lid 2 van het EVRM in de hand denken beleidsmakers ingedekt te zijn om op grote schaal de privacy van de burgers te schenden. Deze veronderstelling is echter foutief. Belangrijke elementen in die beoordeling zijn proportionaliteit, doelmatigheid en de onschuldpresumptie hieronder uitgewerkt per nieuw beleid.

Decentralisaties zorgtaken naar gemeenten
Een rondgang langs documenten van gemeenten met betrekking tot de taken die naar hen overgeheveld worden laat zien dat het uitgangspunt bij een hulpvraag 1 regisseur, 1 gezin, 1 dossier is. Aangezien een hulpvraag onder de WMO of een hulpvraag voor jeugd gezondheidszorg medische elementen bevat, betreft het hier zogenaamde sensitieve persoonlijke gegevens. Men gaat deze gegevens uitwisselen tussen betrokken hulpverleners waaronder een ‘gezinsregisseur’ die geen medische achtergrond heeft. Op het uitwisselen van dergelijke gegevens is de gedragscode Egiz van toepassing. Deze gedragscode is goedgekeurd door het College bescherming persoonsgegevens.
Voor sensitieve persoonlijke data die herleidbaar zijn tot een persoon geldt dat voor delen van deze data met andere personen toestemming van de persoon vereist is. Deze toestemming moet specifiek, geïnformeerd en vrijwillig verkregen zijn.
Beleidsmakers denken dit obstakel getackeld te hebben door het recht op zorg verleend vanuit gemeenten te schrappen en hiervan een dienst te maken die al dan niet verleend wordt. In de praktijk zal dit betekenen dat een weigering tot het delen van data zal leiden tot het niet verkrijgen van hulp.
Het schrappen van zorgrecht betekent echter nog niet dat sensitieve data van gezinsleden hierdoor plotseling vogelvrij zijn verklaard. De privacywetgeving geldt nog steeds.
Het is ondenkbaar dat er gezinsdossiers ontstaan met daarin een wirwar aan persoonlijke gegevens die bij een nieuwe hulpvraag zomaar zijn in te zien voor een ieder die op dat moment een ‘behandel’relatie heeft met een gezinslid; de wet sluit dit geheel terecht uit.
Dit gegeven is niet af te doen door te stellen dat alle informatie in een gezinsdossier weleens relevant zou kunnen zijn. In de praktijk is inzage in alle gezinsdata enkel mogelijk als een geheel gezin onmondig wordt verklaard en de gezinsregisseur optreedt als wettelijk vertegenwoordiger.
Lid 2 van het EVRM biedt een gemeente niet voldoende handvatten om de privacywetgeving te omzeilen. Het schenden van de privacy onder lid 2 dient altijd op de minst ingrijpende wijze te gebeuren; inzage in een volledig gezinsdossier voldoet evident niet aan die voorwaarde.

Toezicht op kosten door zorgverzekeraars
Het College voor zorgverzekeringen heeft in een advies bedacht dat de rechtmatigheid van specialistische geestelijke gezondheidszorg enkel te bepalen is als de zorgverzekeraar inzicht krijgt in zowel de diagnose als het medisch dossier van de patiënt. Zij zeggen hierover:’ Om zicht te houden op terecht en onterechte doorverwijzingen zullen zorgverzekeraars controle en toezicht moeten en kunnen uitvoeren. Diagnose vermelding op de declaratie en inzage in dossiers is hiervoor een voorwaarde.’
De Regeling Zorgverzekering bevat regels getoetst aan de wetgeving met betrekking tot materiële controle door de zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars mogen rechtmatigheid en doelmatigheid van een behandeling controleren. Tot de patiënt herleidbare gegevens mogen echter enkel opgevraagd worden bij een behandelend arts als er uit eerder specifiek onderzoek dat niet de privacy van de patiënt schendt een aantoonbaar redelijk vermoeden bestaat dat er sprake is van een onrechtmatigheid dan wel ondoelmatigheid. Het per definitie eisen van inzage in diagnose en medisch dossiergegevens voldoet niet aan de eisen van de wetgeving. Generalistisch elke behandeling als bij voorbaat verdacht behandelen mag niet.
Dit staat nog los van het feit dat de verzekeraar een belanghebbende partij is die het liefst zo min mogelijk schade uitkeert. De rechtstreeks financieel belanghebbende de doelmatigheid van een behandeling laten bepalen druist in tegen les 1 van functiescheiding in good governance.

Rechtmatigheid van uitkeringen
Beleidsmakers schijnen te denken dat huisbezoeken afleggen bij personen die een uitkering ontvangen prima voldoet aan de eisen van de wet. Hiervan is echter bijna nooit sprake.
Ook in dit geval moet er een gedocumenteerd redelijk vermoeden van een onrechtmatigheid zijn. Dit vermoeden mag niet voortkomen uit bewijs dat op een andere privacy schendende wijze is verkregen, noch gebaseerd zijn op een anonieme tip.
Een huisbezoek van een sociaal controleur mag alleen als de bewoner hiervoor toestemming geeft, specifiek wordt geïnformeerd over het doel van het bezoek en indien er documentatie overlegd kan worden waaruit blijkt dat een vermoeden van fraude op rechtmatige wijze verkregen is.
Voldoet de huiscontrole niet aan deze eisen dan mogen aan een weigering tot betreden van de woning geen financiële sancties verbonden worden.
In hoger beroep heeft een rechter gehakt gemaakt van deze controlepraktijken.

Arbeidsparticipatie
Nu gemeenten met een veel te klein budget allerlei taken vanuit de centrale overheid overgeheveld krijgen, is een tendens waarneembaar van het koppelen van de participatiewet aan het verlenen van ondersteunende zorgtaken.
Thuiszorger is een bestaand betaald beroep. Buiten dat de thuiszorger een hulpbehoevende persoon helpt met allerlei taken is deze ook de ogen en oren van de huisarts. De afgelopen jaren heeft zich een bestuurlijke kaste in de thuiszorg gewurmd waardoor de thuiszorgers steeds verder afgeknepen werden en worden in hun inkomsten en arbeidsbescherming.
Gemeenten met een te klein budget om alle zorg te kunnen verlenen denken kosten te kunnen besparen door mensen met een uitkering te dwingen deze taken uit te gaan voeren als tegenprestatie voor hun uitkering.
De wettelijke basis denkt men gevonden te hebben in de uitzondering van artikel 4 van het EVRM waarin staat dat ‘gewone burgertaken’ niet vallen onder de wetgeving met betrekking tot slavernij en dwangarbeid.
Langdurig gedwongen werkzaamheden verrichten zonder enige redelijke kans op een baan waarbij reguliere banen ook nog verdrongen worden vallen echter niet onder deze uitzondering mede op basis van Nederlandse wetgeving. Een recente uitspraak van de rechter (pdf) maakt korte metten met deze langdurige vorm van inzet.

Tot slot
Beleid baseren op het afbreken van privacy en mensenrechten is weinig goeds van te verwachten. Het zal niet alleen leiden tot eindeloze juridisering, maar privacy is ook een menselijke basisbehoefte.
Het met voeten treden van deze privacybehoefte zal leiden tot een terugtrekkende beweging met alle maatschappelijke en financiële gevolgen van dien. Iemand die wel wat hulp bij het opvoeden van de kinderen kan gebruiken, zal zich wel tien keer bedenken alvorens een hulpvraag te doen. Je hele hebben en houden komt immers in een dossier terecht en wie dit dossier op dat moment of later in de tijd kan inzien blijft gissen.
Wat betreft zorgtaken uitvoeren onder dwang laat zich raden dat niet alleen de kwaliteit van de geboden hulp dramatisch zal dalen – thuiszorg is immers een vak – maar ook de hulpvrager zal zich wel tien keer bedenken. Wie wil er immers een ongekwalificeerd persoon over de vloer die ook nog eens gedwongen is?

In alle genoemde beleidsvoorstellen ontbreekt een gedegen impactanalyse. Men doet allerlei aannames over kostendalingen aan de hand van het beleid die nergens door ondersteund worden. Door de terugtrekkende beweging, de dwang en de bijkomende bureaucratie plus IT kosten is het heel wel mogelijk dat de kosten juist flink zullen stijgen.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie