Onderbuikgezwets over kwaliteit in de zorg

Krewinkel Krijst IGZAl decennia lang wordt er vooral door dikbetaalde consultants en andere financieel belanghebbenden gekletst over kwaliteit in de zorg. Allerlei bezuinigingen en pure machtsoverdracht aan de zorgverzekeraars worden dan ook steevast verpakt in een kwaliteitssausje. Treurig dieptepunt hierin is de voorgenomen afschaffing van artikel 13; de vrije artsenkeuze.

De rechtvaardiging (ik maak helaas geen geintje) is dat het onder onze hoog opgeleide artsen barst van de incompetente charlatans die er een potje van maken. Dergelijke types behoren geen contract te krijgen en met afschaffing van artikel 13 kunnen de zorgverzekeraars eindelijk zorgaanbieders selecteren op een hoge kwalitatieve standaard en is het afgelopen met de rest van het zorgtuig dat er niets van bakt.

Kwaliteitsmetingen in de zorg
Als we bezien wat er na al de immense investeringen (vooral heel veel geld voor pratende pakken) is bereikt, komen we tot een treurige conclusie. De opbrengst komt niet veel verder dan de volstrekt invalide en onbetrouwbare ‘sterfte in ziekenhuizen’ cijfers en metingen of een zorgaanbieder de bureaucratische rompslomp wel op orde heeft. Beide zeggen zo goed als niets over de zorgkwaliteit. Het gebrek aan betrouwbare en valide kwaliteitsmetingen zorgt helaas niet voor het inzicht dat deze route vrij nutteloos is. De patient is een onmisbare factor in zo’n kwaliteitsmeting en vragenlijsten kennen ook al een zeer lage betrouwbaarheid. Meerdere laag betrouwbare metingen bij elkaar gooien en vervolgens daaruit met een beoordeling komen, maakt natuurlijk geen betrouwbaar eindoordeel.

De onbetrouwbare kwaliteitsmeting verheffen tot een gestandaardiseerd instrument waarvan plotseling betrouwbaarheid wordt aangenomen leidt vervolgens weer tot de beloning op basis van deze meting. Ook dit idee steekt eens in de zoveel tijd de kop op en nu is er daadwerkelijk een pilot geweest waaruit men positieve resultaten denkt te zien.

De beloning voor ‘betere’ huisartsenzorg
Men neemt een aantal verschillende data waarvan men veronderstelt dat een kwalitatief beter presterende arts er beter op zou scoren. Scoort de huisarts goed, dan krijgt deze een bonus. Een bonus is een extrinsieke motivator. Een dergelijk model is gebaseerd op de behavioristische principes van conditioneren. De mens, in dit geval de huisarts wordt in de behavioristische leer gezien als een leeg omhulsel die enkel aanslaat op straffen en belonen; stimulus-respons.
In de psychologie wordt deze leer al decennia lang als volledig achterhaald gezien; deze heeft namelijk desastreuze langere termijn effecten. Op de korte termijn zie je een kortdurend positief effect, daarna zakt de prestatie onder het baseline niveau. Dit heeft alles van doen met het ontkennen en vernielen van intrinsieke motivatie. Een overweldigende hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek heeft deze methodiek dus al afgeserveerd.

Waarom iets implementeren dat niet werkt?
De zorgverzekeraars hebben er natuurlijk alle belang bij enkel artsen te selecteren die helemaal in hun straatje passen; aansluiting op LSP verplichten bijvoorbeeld is zo heerlijk te vatten in een kwaliteitseis of samen met je handlangers uit het publieke domein SNOMED-CT registratiemethodiek tot kwaliteitseis verheffen zodat de patiënten worden gereduceerd tot datagoudmijn cavia’s voor een verdienmodel met miljardenpotentieel.
Natuurlijk weten de zorgverzekeraars wel dat het kwaliteitsverhaal slechts een frame is; het treurige is echter wel dat het merendeel van onze volksvertegenwoordigers zich een loer laat draaien door wetenschap te negeren en onderbuikgeklets te herhalen. Dan is er ook nog het deel dat prima geïnformeerd wordt door experts over de kansloosheid van de zogenaamde doelstellingen, maar er toch voor kiest de wens van de zorgverzekeraars te volgen. Zo’n systeem is een mooie term voor; corporatisme.

De zorgverzekeraars hebben de taak de rekeningen te betalen met het geld dat zij van ons krijgen; dat is hun taak en zou ook hun enige taak moeten zijn. Los van het feit dat kwaliteit niet betrouwbaar te meten is door een veelheid aan variabelen en het intrinsiek subjectieve beoordelingskader is er geen sprake van functiescheiding als degene die de contracten uitdeelt en betaalt ook nog eens zich gaat bemoeien met de inhoud van de zorg. Dit geeft geen pas in een fatsoenlijk land.

Besparingen zal het sowieso niet opleveren. Los van het leger aan mensen dat zich met deze ‘kwaliteitsinrichtingen’ moet gaan bezig houden is de vertrouwelijkheid tussen arts en patient een essentiële voorwaarde voor de kwaliteit van zorg. Met elke stap die zorgverzekeraars richting op de stoel van de arts gaan zitten zetten, neemt het vertrouwen in privacy af.
Het laat zich raden welke lange termijn effecten dit zal hebben.

Getagd . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie